Hoe grijp je in als er nog geen strafbaar feit is gepleegd, maar het risico op geweld wel groot is? Jurist en onderzoeker Annemarie Middelburg pleit voor eerder en effectiever ingrijpen bij stalking en intieme terreur. Samen met Filomena Rotterdam-Rijnmond werkt zij aan een pilot om dat in de praktijk mogelijk te maken. Want in veel zaken zijn de signalen al vroeg zichtbaar, maar kan actie pas volgen wanneer de situatie escaleert.
Van internationale mensenrechten naar de Nederlandse praktijk
Annemarie deed een promotieonderzoek naar vrouwenbesnijdenis vanuit mensenrechtenperspectief en werkte daarna jarenlang voor internationale organisaties zoals UNICEF en UNFPA. Daar onderzocht en evalueerde zij programma’s tegen geweld tegen vrouwen.
“Wat mij altijd heeft gefascineerd, is waarom strafbaarstelling alleen niet voldoende is. Wetgeving kan op papier goed geregeld zijn, maar als slachtoffers in de praktijk nog steeds niet veilig zijn, werkt het systeem niet zoals bedoeld”, vertelt Annemarie.
Tijdens de coronaperiode verschoof haar focus naar Nederland. Hier breidde zij haar expertise uit naar onder meer gedwongen huwelijken, achterlating en andere vormen van gender-gerelateerd geweld. Dat leidde tot een onderzoek voor het ministerie van Justitie en Veiligheid naar preventieve beschermingsbevelen voor (potentiële) slachtoffers van huwelijksdwang, achterlating en genitale verminking.
Wat kan Nederland leren van het Verenigd Koninkrijk?
In haar onderzoek vergeleek Annemarie Nederland met vier andere landen. Het Verenigd Koninkrijk sprong eruit. Daar wordt gewerkt met zogeheten protective orders: beschermingsbevelen die al in een vroeg stadium kunnen worden opgelegd, dus nog voordat een strafbaar feit is gepleegd.“Als de rechter overtuigd is dat het risico op geweld waarschijnlijk is, kan hij of zij voorwaarden opleggen”, legt ze uit. “Bijvoorbeeld contact- en gebiedsverboden, elektronische monitoring of een verplichting tot deelname aan gedragsinterventies.”
Dat systeem heeft een hybride karakter: het bevel wordt civielrechtelijk opgelegd via de rechter, maar overtreding wordt strafrechtelijk gehandhaafd. Wie zich niet aan de voorwaarden houdt, riskeert een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar. Die combinatie maakt het mogelijk om vroegtijdig in te grijpen én duidelijke consequenties te verbinden aan overtreding.
In Nederland bestaan wel instrumenten, zoals kinderbeschermingsmaatregelen en het tijdelijk huisverbod. Maar volgens Annemarie zijn die vaak te beperkt, zeker bij stalking en digitale intimidatie. “Wat we missen, is een stevig en preventief instrument dat maatwerk mogelijk maakt en echt afschrikt.”
Slachtoffers passen zich aan, plegers te weinig
Een fundamenteel probleem in het huidige systeem is volgens Annemarie dat de verantwoordelijkheid voor veiligheid vaak bij het slachtoffer terechtkomt. “Slachtoffers moeten zich op een geheime locatie laten onderbrengen, veranderen hun telefoonnummer, passen hun dagelijkse leven aan. Terwijl de pleger relatief weinig beperkingen ervaart. Dat is de omgekeerde wereld.”
Een preventief beschermingsbevel kan die dynamiek omdraaien. De rechter kan dan specifieke beperkingen opleggen, afgestemd op het risicoprofiel van de pleger.
Volgens Annemarie geeft zo’n maatregel bovendien een duidelijk maatschappelijk signaal af: bepaald gedrag is ontoelaatbaar, ook als het (nog) niet tot een strafzaak heeft geleid. “Je maakt duidelijk: dit gedrag overschrijdt grenzen. En we wachten niet tot het volledig escaleert.”
Pilot in Rotterdam
Samen met Tanya, manager van Filomena Rotterdam-Rijnmond, werkt Annemarie aan een pilot in Rotterdam. Deze is geïnspireerd op de Britse Domestic Abuse Protection Orders. Het doel is om te onderzoeken hoe een vergelijkbaar instrument binnen de Nederlandse rechtspraktijk kan worden toegepast.
“Ons systeem is ingericht op reageren op incidenten”, zegt Annemarie. “Maar bij dit soort geweld zie je vaak patronen. Losse incidenten vormen samen een groot risico op geweld. Als het strafbare feit is gepleegd, ben je te laat. De vraag is of we het juridisch en organisatorisch zo durven inrichten dat we ook daadwerkelijk vroegtijdig in gaan grijpen. We weten dat veel ernstige geweldszaken een voorgeschiedenis hebben.”
Het hybride karakter van zo’n beschermingsbevel is nieuw voor Nederland. Toch ziet Annemarie bereidheid bij het ministerie, de politie en andere partners om serieus naar deze aanpak te kijken. De ambitie is helder: eerder ingrijpen, escalatie voorkomen en langdurige onveiligheid doorbreken, zodat situaties niet eerst uit de hand hoeven te lopen voordat er kan worden ingegrepen.
Fotograaf: Daniella van Bergen
