Vijf jaar geleden opende Filomena de deuren van het inloopspreekuur: een plek waar mensen die te maken hebben met huiselijk geweld en kindermishandeling zonder afspraak binnen kunnen lopen. Voormalig bestuurder Debbie Maas stond aan de basis van Filomena en blikt terug op het ontstaan van het centrum, de eerste ervaringen en wat vijf jaar praktijk haar heeft geleerd.
Een belangrijke inspiratiebron voor Filomena was een bezoek aan het Family Justice Center in San Diego, een centrum voor mensen die te maken hebben met huiselijk geweld. Verschillende vormen van hulp kwamen daar op één plek samen. “Mensen konden er rekenen op ondersteuning van verschillende professionals, maar de hulp was er ook heel praktisch. Mensen konden er bijvoorbeeld gratis kleding en schoenen meenemen. Wat Debbie vooral bijbleef, waren de persoonlijke ervaringen die er zichtbaar werden gemaakt met foto’s en verhalen. Opvallend vond ze wel dat de hulp rond kindermishandeling in San Diego in een apart centrum was ondergebracht.
Het centrum in San Diego zette haar aan het denken over de situatie in Nederland. Professionals wisten de hulpverlening wel te vinden, maar voor de mensen om wie het ging was die weg veel minder vanzelfsprekend. Bovendien blijft bij huiselijk geweld veel leed verborgen achter de voordeur. “Daar begon voor mij het gevoel dat we de hulp anders moesten organiseren. Dat we een plek nodig hadden die vooral goed te vinden was voor de mensen die we wilden bereiken.”
In Rotterdam bleek die overtuiging breed te worden gedeeld. “Niet alleen ik zelf, maar de gemeente en verschillende organisaties geloofden ook dat het beter kon en moest. Filomena was echt een droom. Je wist alleen niet precies waar je aan begon.”
Een plek waar je mag landen
Filomena begon bewust kleinschalig met een inloopspreekuur. Centraal stond de vraag: wat heeft iemand nodig die de moed heeft verzameld om binnen te stappen? “Dan moet er iemand zijn die je begrijpt en je in jouw tempo laat landen. Het hoeft niet allemaal meteen.”
Daarom werd vanaf het begin geïnvesteerd in goede casemanagers en kregen ervaringsdeskundigen een belangrijke rol. Ook de omgeving en kleuren moesten bijdragen aan een gevoel van veiligheid: huiselijk, vriendelijk en laagdrempelig. “Je moet voelen: ik mag hier zijn en ik ben welkom.” Tegelijkertijd was anonimiteit belangrijk, zeker voor mensen die door een partner worden gevolgd of gecontroleerd.
Vóór de opening werd de werkwijze uitgebreid geoefend. Met acteurs werden verschillende scenario’s nagespeeld: wat gebeurt er als iemand binnenkomt, wat vraag je en wat heeft iemand op dat eerste moment nodig? De acteurs gaven vervolgens terug hoe zij de ontvangst hadden ervaren. Zo kon het team vooraf leren en bijsturen.
Ook de politie zou als partner bij het inloopspreekuur aanwezig zijn om mee te denken over veiligheid en casuïstiek. Met agenten bewust in burgerkleding, zodat hun aanwezigheid geen extra drempel zou vormen.
Leren door het te doen
Of mensen Filomena daadwerkelijk zouden vinden, was vooraf spannend. Maar al in de eerste week liepen de eerste mensen binnen. De verhalen waren heftig. “Soms dacht je: hoe kan het dat je dit allemaal hebt meegemaakt en hier nog staat?” In de beginperiode hielpen onder meer mensen uit het onderwijs, de wijken en sleutelfiguren in kwetsbare buurten om Filomena bekend te maken. Dat mensen de deur daadwerkelijk wisten te vinden, bevestigde voor Debbie hoe noodzakelijk deze plek was.
Vanaf het begin was een belangrijk uitgangspunt om het tempo van degene die hulp zoekt te volgen. Dat kan ingewikkeld zijn als professionals zich zorgen maken en het liefst direct willen handelen. “Soms betekent het dat je op je handen moet zitten.” Natuurlijk wordt ingegrepen als de veiligheid daarom vraagt, maar steeds staat de vraag centraal wat iemand op dat moment nodig heeft.
Niet alles lag vooraf vast, vertelt Debbie. “We hadden geen complete blauwdruk voor het inloopspreekuur. Veel werkprocessen hebben we later opgeschreven op basis van wat we in de praktijk leerden. Het was echt learning by doing.” Ook samenwerken vraagt voortdurend aandacht. Verschillende organisaties brengen hun eigen perspectief mee. “Als je vanuit één visie wilt werken, moet je het gesprek blijven voeren. Het mag ook schuren.”
Vijf jaar later
Als Debbie terugkijkt, zijn het vooral de ontmoetingen met bezoekers die haar zijn bijgebleven. “Ik ben enorm onder de indruk geraakt van de kracht van mensen. Daarom vind ik het woord ‘slachtoffer’ soms ingewikkeld. De veerkracht van mensen is ongelooflijk groot, ook bij kinderen.”
Dat betekent niet dat al het leed te herstellen is. Sommige ervaringen hebben blijvende gevolgen. Maar de gesprekken hebben haar blik op mensen wel beïnvloed. Ze heeft diep respect voor mensen die ondanks alle ellende overeind blijven en benadrukt hoe belangrijk het is hen serieus te nemen en de hulp te bieden die zij zelf nodig hebben. “Als professional kun je nooit helemaal in het leven van een ander kruipen.”
Ook de betrokkenheid van de mensen die bij Filomena werken, raakt haar nog altijd. “Als ik ze zie, kan ik daar nog steeds een beetje ontroerd van raken. Die enorme passie is me altijd bijgebleven.”
