Bericht

Consultatiereactie op het wetsvoorstel strafbaarstelling psychisch geweld

De keuze om psychisch geweld, en in het bijzonder dwingende controle, duidelijker in het strafrecht te positioneren is een zeer belangrijke en noodzakelijke stap voor Nederland. Binnen Filomena werken we dagelijks met slachtoffers van ernstig en structureel huiselijk geweld, waaronder intieme terreur en stalking, en kindermishandeling waarbij soms sprake is van een hoog risico op escalatie en femicide. Voor onze cliënten is het van groot belang dat deze wet snel wordt opgenomen in het Wetboek van Strafrecht.

Geweld is niet alleen zichtbaar als er letterlijk ‘bloed aan de muur’ zit. Dwingende controle zit vaak juist in de optelsom van onzichtbare elementen: in wat iemand niet meer durft te doen, in voortdurend rekening houden met de ander en in de angst voor wat er gebeurt als iemand zich niet aan diens regels houdt. Slachtoffers kunnen jarenlang met deze vorm van terreur leven, terwijl afzonderlijke gedragingen voor de buitenwereld niet altijd als ernstig geweld worden herkend. Dat met dit wetsvoorstel meer aandacht komt voor het patroon én voor de impact van gedrag, en dat dit bovendien strafbaar wordt gesteld, vinden wij van wezenlijk belang.

De Memorie van Toelichting bevat wat ons betreft al veel goede aanknopingspunten. De erkenning van deze dynamiek doet recht aan wat slachtoffers soms jarenlang hebben meegemaakt. De volgende stap is dat we als keten het patroon ook daadwerkelijk leren herkennen en ernaar kunnen handelen. Vanuit onze dagelijkse praktijk hebben we daarom acht aandachtspunten meegegeven in de internetconsultatie die belangrijk zijn om de wet straks ook echt te laten werken zoals bedoeld.

Onze aandachtspunten

1. Kijk naar het patroon, niet alleen naar incidenten

Dwingende controle gaat over een patroon van macht en controle dat zich vaak over langere tijd ontwikkelt. Losse gedragingen kunnen voor een buitenstaander heel normaal of relatief onschuldig lijken. Veel bellen, willen weten waar iemand is, bepalen met wie iemand contact heeft, controle over geld of onverwacht ergens verschijnen: de betekenis wordt pas zichtbaar in de samenhang, de voorgeschiedenis en het effect op het slachtoffer.

Daarbij zien we dat hoe langer een patroon bestaat, hoe minder een pleger soms nog hoeft te doen. Een blik, een kort bericht of alleen ergens verschijnen kan al genoeg zijn. Het slachtoffer weet uit eerdere ervaringen wat er mogelijk volgt en past het eigen gedrag daarop aan.

Het begrip stelselmatig moet daarom niet betekenen dat steeds opnieuw veel zichtbaar gedrag nodig is. Ook de voorgeschiedenis, de opgebouwde angst en de mate waarin iemand zijn of haar leven aan de ander heeft aangepast, moeten meewegen. Als het patroon de kern van het strafbare feit is, moet daar ook bij aangifte en onderzoek gericht naar worden gezocht.

2. Dwingende controle is vaak moeilijk zichtbaar

Dwingende controle is voor de buitenwereld vaak moeilijk te zien. Dat geldt ook voor professionals. Het gedrag van een slachtoffer kan zonder de juiste context verkeerd worden begrepen. Iemand weigert bijvoorbeeld contact, deelt zo min mogelijk informatie of stelt harde grenzen. Van buitenaf kan dan het beeld ontstaan van twee mensen die ruzie hebben en allebei niet willen meewerken.

Maar een conflict tussen twee gelijkwaardige partijen is iets anders dan een situatie waarin de één macht en controle over de ander uitoefent. Kijk daarom niet alleen naar wat iemand doet, maar ook naar de context, de impact en de functie van dat gedrag. Wie probeert controle te houden? Wie is bang voor de reactie van de ander? Wie heeft zijn of haar leven aangepast? Zo voorkomen we dat dwingende controle alsnog wordt gezien als relatieproblematiek of een conflict van twee kanten.

3. Controle kan ook via anderen lopen

Dwingende controle vindt niet altijd rechtstreeks tussen pleger en slachtoffer plaats. Familieleden, kinderen, een nieuwe partner of andere betrokkenen kunnen worden ingezet om informatie te verzamelen, contact te zoeken of druk uit te oefenen. Ook scholen, hulpverlening en andere instanties kunnen, soms zonder dat zelf te beseffen, onderdeel worden van het patroon. Hetzelfde geldt voor het steeds opnieuw starten van procedures of benaderen van instanties.

Deze vorm van stalking by proxy en controle via derden of systemen verdient meer aandacht. Soms voeren meerdere mensen ieder een stukje van de controle uit. Als we die handelingen los bekijken, blijft het totale controlesysteem buiten beeld. Ook hier is het dus belangrijk om naar het geheel en de functie van het gedrag binnen het patroon te kijken.

4. Seksueel geweld binnen relaties is moeilijk te bewijzen

Een belangrijk punt waar we in de keten aandacht voor moeten hebben om de wet straks ook echt te laten werken zoals bedoeld, is seksueel geweld binnen relaties. Het ontbreken van consent voor seksuele handelingen blijkt lastig te bewijzen, zeker binnen een relatie is dat nóg moeilijker om aan te tonen en reden om deze vormen van geweld nauwelijks te kunnen bestraffen. Dwang tot het verrichten van seksuele handelingen is past binnen het patroon van dwingende controle en intiem terreur.. Laten we er met elkaar voor zorgen dat deze rode vlag voor dwingende controle zo goed als mogelijk geregistreerd wordt. Zo kan het onderdeel uitmaken van het complete patroon dat we met alle partijen bloot leggen om psychisch geweld strafbaar te kunnen stellen.

5. Geef kinderen een duidelijkere eigen positie

De positie van kinderen vinden we in het wetsvoorstel nog te mager. Kinderen kunnen getuige zijn van dwingende controle, maar ook midden in het patroon terechtkomen. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om informatie over de andere ouder te krijgen, moeten boodschappen overbrengen, geheimen bewaren of worden onder druk gezet rond contact.

Een kind wordt dan niet alleen gebruikt om de andere ouder te controleren, maar ondergaat zelf druk, angst en controle en kan daarmee zelf slachtoffer zijn van psychisch geweld. We zouden daarom graag duidelijker terugzien dat niet alleen wordt gekeken naar wat er tussen de ouders gebeurt, maar ook expliciet naar wat het kind binnen dit patroon zelf meemaakt, wat de gevolgen daarvan zijn en wat het kind nodig heeft voor veiligheid, bescherming en herstel.

Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat kinderen verantwoordelijk worden voor het bewijs. Als informatie van een kind nodig is, moet die zorgvuldig en kindvriendelijk worden verkregen, vanuit het belang en de veiligheid van het kind.

6. Om het patroon te zien, moet je informatie bij elkaar kunnen brengen

Een patroon van dwingende controle zit zelden volledig in één dossier of bij één organisatie of instantie. De politie heeft misschien een aantal incidenten geregistreerd, Veilig Thuis kent andere signalen, hulpverlening ziet weer iets anders en rond de kinderen of binnen het familierecht is aanvullende informatie bekend.
Los van elkaar vertellen die signalen maar een deel van het verhaal. Door informatie bij elkaar te brengen en te verrijken kan zichtbaar worden dat sprake is van een langdurig patroon van macht, controle en toenemende onveiligheid. Als we van professionals vragen om patronen te herkennen, moeten zij ook voldoende mogelijkheden hebben om de informatie die daarvoor nodig is met elkaar te delen.

Natuurlijk moet zorgvuldig worden omgegaan met persoonsgegevens. Maar onzekerheid over wat wel en niet gedeeld mag worden, mag er niet toe leiden dat relevante informatie bij verschillende organisaties blijft liggen terwijl niemand het totale veiligheidsbeeld ziet. Juist bij ernstig huiselijk geweld moet veiligheid zwaar wegen en moeten professionals voldoende handelingsruimte hebben om noodzakelijke informatie te delen, te verrijken en samen tot een goed veiligheidsbeeld te komen.

7. Zorg dat onafhankelijke analyses de rechtbank kunnen bereiken

Ook in gerechtelijke procedures is het belangrijk dat de dynamiek achter het zichtbare gedrag kan worden meegewogen. Bij gespecialiseerde organisaties kan relevante kennis aanwezig zijn over het geweldspatroon, de veiligheidsrisico’s en de context van een gezin, terwijl die informatie de rechtbank niet vanzelfsprekend bereikt.
Wij vinden het daarom van wezenlijk belang dat er een duidelijke en zorgvuldige mogelijkheid bestaat om onafhankelijke analyses en onderzoek vanuit gespecialiseerde organisaties als informant in een gerechtelijke procedure in te brengen, naast de informatie die bijvoorbeeld via de Raad voor de Kinderbescherming of advocaten wordt ingebracht. Uiteraard met passende waarborgen voor hoor en wederhoor en de positie van betrokkenen. Dit kan rechters helpen om de onderliggende dynamiek van dwingende controle en de gevolgen voor de veiligheid beter te herkennen.

8. Maak deskundigheid over dwingende controle onderdeel van de professionele basis

Een nieuwe strafbaarstelling helpt alleen als professionals het patroon ook herkennen en weten hoe zij daarop moeten handelen. Dat vraagt meer dan een eenmalige voorlichting. Kennis over dwingende controle, intieme terreur, stalking, traumaresponsen en de positie van kinderen moet structureel onderdeel worden van opleiding en deskundigheidsbevordering van professionals die hiermee te maken krijgen, waaronder politie, Openbaar Ministerie en rechtspraak.
Wij pleiten daarom voor verplichte en terugkerende training voor deze beroepsgroepen. Daarmee zorgen we ervoor dat de erkenning van dwingende controle in de wet ook daadwerkelijk leidt tot een andere manier van kijken en handelen in de praktijk.

Tot slot

Met dit wetsvoorstel wordt een belangrijke stap gezet. Het helpt ons af te komen van het beeld dat geweld pas ernstig is als het fysiek zichtbaar is. Erkenning van het patroon van angst, macht en controle doet recht aan de terreur waar slachtoffers soms jarenlang mee te maken hebben gehad.

De echte winst ontstaat als we vervolgens ook naar die erkenning gaan handelen. Dat vraagt om professionals bij politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak, Veilig Thuis en hulpverlening die de dynamiek herkennen, informatie in samenhang kunnen beoordelen en delen, en goed met elkaar kunnen samenwerken.

Wij hopen dat bovenstaande punten worden meegenomen in de verdere uitwerking en implementatie van het wetsvoorstel. Laten we er vooral voor zorgen dat de hele keten in staat wordt gesteld om efficiënt en veiligheidsgericht te werken, zodat slachtoffers en kinderen eerder worden gezien, beter worden beschermd en sneller in veiligheid kunnen komen.

Filomena Rotterdam-Rijnmond

Sluit website